Legal & tax update


Serviceflats: de huur van een woonruimte opgesmukt met diensten

Verschenen in © Square Info nr 63 van 11 april 2008

De serviceflats zijn aan een opmars bezig: dat is duidelijk. Een van de redenen, zoniet de meest belangrijke, is de vergrijzing van de bevolking. Toen de serviceflatgebouwen indertijd nog niet waren gereglementeerd, boden zij de voor- en nadelen van hotels zonder de beperkingen in de regelgeving van bijvoorbeeld de rusthuizen. Elke serviceflat had zijn eigen regels en eigen prijzen. Sinds zij echter werden opgenomen in een regelgevend kader, kunnen de serviceflatgebouwen worden gedefinieerd als één of meer gebouwen, onder welke benaming ook, die een functioneel geheel vormen van individuele woningen, waarin oudere personen zelfstandig kunnen leven en waarbij tevens diensten worden geleverd waarop ze naar vrije keuze een beroep kunnen doen.

Het basisidee bestaat erin om aan de ene kant oudere personen individuele wooneenheden aan te bieden (appartementen, studio’s of andere ruimtes) waarin ze een zelfstandig leven kunnen leiden en aan de andere kant bepaalde diensten aan te bieden zoals permanente veiligheid, paramedische diensten (kinesitherapie, pedicure, enz.), een huisapotheek, stomerij, kapper, enz., maar ook de aanwezigheid van een restaurant en een feestzaal en bijvoorbeeld het aanbieden van groepsreizen kunnen van deze diensten deel uitmaken.


Reglement van inwendige orde

De uitbating van een serviceflat wordt echter pas mogelijk na erkenning en indien de uitbater een hele resem normen naleeft. Zo moet bijvoorbeeld in elk serviceflatgebouw een reglement van inwendige orde aanwezig zijn, waarin de verplichtingen van de bewoners en de beheerders worden vastgelegd. Dit zal dan voornamelijk tot doel hebben om het privéleven van de bewoners zo veel mogelijk te respecteren, maar het zal ook betrekking hebben op het omgaan met de ideologische, filosofische en religieuze overtuigingen van de andere, hun vrije dokterskeuze, het recht om bezoekers naar hun keuze te ontvangen, enz.

Bovendien moet tussen elke bewoner en de beheerder van het gebouw een geschreven overeenkomst worden gesloten waarin bepaalde punten verplicht moeten worden opgenomen. Deze punten betreffen onder meer de algemene en bijzondere voorwaarden van het verblijf, de dag- of maandprijs en de diensten die daarin zijn inbegrepen, de extra diensten, het bedrag van de waarborg (die niet meer mag bedragen dan de maandprijs voor het verblijf), de voorwaarden voor het stockeren van goederen, van waarborgen en van waardepapieren die door de bewoner aan de inrichting worden toevertrouwd, de modaliteiten tot verbreking van de overeenkomst.


Bouwvoorschriften en minimumoppervlaktes

Naast deze normen dienen tevens meer, laat ons zeggen, administratiefrechtelijke normen te worden nageleefd. Deze hebben betrekking op de hygiëne, de voeding en de gezondheidszorgen, maar ook op de permanentie in het verblijf en de aangeboden diensten en op het aantal, de classificaties, de kwalificaties en de ingesteldheid van het personeel. Tot slot dienen ook bepaalde bouwvoorschriften in acht te worden genomen.

Wat dit laatste betreft, wordt voorgeschreven dat:
- de gebouwen op regelmatige basis moeten worden onderhouden en dat zij moeten worden behandeld tegen elke vorm van vocht en infiltraties;
- de temperatuur steeds, bij eender welk weer, 22°C moet bedragen in de privatieve gedeelten en 18°C in de andere voor de oudere personen toegankelijke plaatsen;
- voor eender welk verwarmingssysteem dat wordt gebruikt, dit geen vlammen-, gas- of stofontwikkeling mag vertonen;
- elk privatief gedeelte ten minste de volgende ruimtes dient te bevatten: een leefruimte, een kookgedeelte, een slaapkamer, een badkamer en een WC. In Vlaanderen moet de totale netto-oppervlakte van de leefruimte en de slaapkamer samen minimum 24 m2 bedragen. In Wallonië moet de minimale oppervlakte van elk privatief gedeelte minimaal 35 m2 bedragen.
- een systeem moet zijn voorzien op basis waarvan de bewoner om hulp kan roepen en in contact kan komen met het personeel;
- de gebouwen aan specifieke brandveiligheidsnormen moeten beantwoorden.

Op basis van al deze elementen is dus duidelijk dat het systeem van de serviceflats zich situeert tussen de parahotellerie en de activiteiten van een rusthuis. Tot slot dient gezegd dat promotoren in deze sector zich zelden alleen in een dergelijk avontuur storten. Dergelijke vastgoedprojecten worden vaak afgesloten in een partnership met andere partijen, die, vanaf de oplevering, het beheer en de uitbating van de site en van de woningen op zich nemen.

De auteurs van deze bijdrage, Sandrina Procek en Wouter Neven, zijn advocaten van het Real Estate Departement van het advocatenkantoor Lydian in Brussel.


Wetgeving

• In Vlaanderen: Besluit van de Vlaamse Executieve van 17 juli 1985 tot vaststelling van de normen waaraan een serviceflatgebouw, een woningcomplex met dienstverlening of een rusthuis moet voldoen om voor erkenning in aanmerking te komen (B.S. 30 augustus 1985).

• In Wallonië: Decreet van 5 juni 1997 betreffende de rustoorden, de serviceflats en de dagcentra voor bejaarden en houdende oprichting van de “Conseil wallon du troisième âge” (Waalse Raad voor de derde leeftijd) (B.S. 26 juni 1997).

• In Brussel: Verordening van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 17 december 1993 tot vaststelling van de normen waaraan de rustoorden voor bejaarden moeten beantwoorden (B.S. 29 januari 1994).

• Besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van 20 februari 1997 tot wijziging van de verordening van de Franse Gemeenschapscommissie van 17 december 1993 tot vaststelling van de normen waaraan de rustoorden voor bejaarden moeten voldoen (B.S. 15 april 1997).

• Besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 14 maart 1996 tot vaststelling van de normen waaraan de inrichtingen die bejaarden huisvesten moeten voldoen (B.S. 4 april 1996).